|
|
 |
|
 |
 |
|
Het Dunglish voorbij
|
|
 |
Waren de in het steenkolen-Engels hakkelende premier Balkenende, Neelie Kroes en wijlen Pim Fortuyn maar zo verstandig geweest om een cursus Engels te volgen bij Nick Walker. De in Wimbledon geboren Engelsman (met Nederlandse moeder) leert executives uit het bedrijfsleven Nederlands of Engels. “Nederland is een tweetalig land. Veel Nederlanders denken dat ze goed Engels spreken. Maar als je hoort welke taalfouten ze maken, weet je dat ze zich voor het internationale zakenleven meteen diskwalificeren.” Maar voor buitenlanders die in Nederland werken, is het net zo goed belangrijk Nederlands te spreken: “Het opent deuren en haalt een barrière weg.” De meeste van Walkers klanten zijn buitenlanders die Nederlands willen leren, vaak expats; werknemers van advocatenkantoren en reclamebureas, maar hij trainde ook een groep stand-up comedians. “Zij wilden niet zozeer Nederlands leren, maar waren vooral geïntereseerd in bepaalde aspecten van de Nederlandse cultuur en specifieke woordgrapjes.” De meeste van zijn cursisten willen zich verstaanbaar maken in het Nederlands. “Dat kost over het algemeen ongeveer een jaar, waarbij Duitsers, Denen en Zweden overigens een enorme voorsprong hebben op Engelstaligen.” Los van het feit dat het voor buitenlanders vaak handig is Nederlands te spreken, gaat het vaak ook om status: “Expats scheppen op over hun Nederlands. Wie hier al jaren woont en alleen een broodje bij de bakker kan bestellen, telt gewoon niet echt mee.”
Dit artikel werd geschreven door Mischa de Woestijne voor het tijdschrift Quote in 2004.
|
|
|
|
|
 |
 |
|
 |
|